Meesterknecht gaat undercover

café De Oude Klomp in Nuenen via heemkundekring De Drijehornick

Door Petra Dircks

De politie wil undercoveragenten vaker inzetten omdat dit een beproefde methode is om bewijs tegen verdachten te verzamelen. Hoofdagent Duvigneau weet dit in 1942 al en schakelt sigarenmaker Arnold van Lieshout in om een omvangrijke sigarenroof in Eindhoven op te lossen.

Een straffe noordoostenwind giert door de Tongelreschestraat als Toon van Grunsven en Johan van Engeland aan komen lopen. Ze ploegen door de sneeuw die er al dagen ligt. Ze bibberen van de koude want het mag dan maar min 3 zijn, het voelt als min 10. Hun versleten jassen bieden niet genoeg warmte tegen deze winterse omstandigheden. Het is zaterdag 31 januari tegen half negen en stil op straat. Mensen hebben tijdens deze bezettingstijd wel wat anders aan hun hoofd dan met dit weer uit te gaan. Je weet maar nooit of een of andere Duitse dienstklopper je aanhoudt.

Achterkamertje

Voor Toon en Johan is het noodzaak. Ze sjouwen niet voor niks een grote doos met zich mee. In die doos zitten ruim 9.000 sigaren van puike kwaliteit. Ze hopen deze zo meteen te kunnen verkopen aan sigarenwinkelier Arnold van Lieshout. Bij nummer 93 stoppen ze en zetten de doos neer. Er dwarrelt nog wat sneeuw naar beneden zodat de deksel al snel een ragfijn wit laagje krijgt. Veelbetekenend kijken ze elkaar aan, blazen hun handen wat warm en bonken op de deur. Van Lieshout doet vrijwel meteen open, hij verwacht hen immers. Hij gaat hen voor naar binnen. Wat Toon en Johan niet weten, is dat in een achterkamertje van de winkel de politie meeluistert…

Arnold van Lieshout is diezelfde middag namelijk benaderd door hoofdagent, rechercheur en onbezoldigd rijkswachter Willem Duvigneau. Deze is al vier dagen bezig met een omvangrijke sigarendiefstal uit de sigarenmakerij van AJH Wouters, gevestigd aan de Paradijslaan in Eindhoven. Daar zijn dinsdagvond 27 januari 10.100 sigaren gestolen ter waarde van 600 gulden. Kwaliteitssigaren onder meer van het merk John Bull. Meesterknecht Arnold van Lieshout die zelf ook een sigarenwinkeltje bestiert, ontdekt de inbraak en diefstal de volgende morgen rond 9 uur. Een van de zijdeuren van het pand staat open. Dat vindt Van Lieshout meteen verdacht, want hij heeft de avond ervoor hoogstpersoonlijk alles goed afgesloten. Als trouwe meesterknecht doet hij dat altijd. Binnen ziet hij direct dat er veel sigaren weg zijn. Als even later de nog jonge directeur Petrus Verdonk arriveert kan deze ook niet anders concluderen dan dat zij slachtoffer zijn van een fikse diefstal. Direct telefoneert directeur Verdonk met het hoofdbureau van politie en even later arriveert hoofdagent Duvigneau.

Het lijkt een verloren zaak. Wat braaksporen zijn het enige bewijs. Binnen konden de dieven de hele fabriek doorzoeken, want alle tussendeuren waren open. Door de vallende sneeuw van die nacht zijn voetstappen uitgewist. Duvigneau maakt proces verbaal op, tikt tegen zijn dienstpet en vertrekt richting hoofdbureau.

Twee dagen later echter krijgt Duvigneau via via interessante informatie. In café De Oude Klomp in Nuenen is een partij sigaren te koop aangeboden. Sigarenfabrikant Thomas Faassen woont daar om de hoek en gaat in het café regelmatig een glas drinken. Zo ook die donderdag 29 januari. Samen met zijn zoon Willem betreedt hij begin van de avond het café, begroet kastelein Maas en plaatst zijn bestelling. Hij zit nog maar net genoeglijk met zijn zoon te keuvelen, als een jongeman hem aanspreekt. Vrijwel direct begint de hij met Faassen over sigaren te praten. “Hij liet daarbij twee kistjes sigaren zien, het ene kistje was gemerkt John Bull terwijl aan de binnenzijde van het andere kistje een dameskop voorkwam. Blijkbaar was het zijn bedoeling deze sigaren te verkopen want hij zeide dat ze 27 cents per stuk moesten kosten en dat ze van overzeesche tabak waren vervaardigd. Hij moedigde me zelfs aan een van de sigaren open te maken”, vertelt Faassen als hoofdagent Duvigneau hem over deze ontmoeting ondervraagt.

Omdat de sigaren van John Bull geen banderol (bandje) hebben, vindt Faassen het wat vreemd. Sigaren voor de verkoop dienen voor de belastingen zo’n bandje te hebben. Volgens de sigarenfabrikant laat de jongeman zich ontvallen dat deze sigaren afkomstig zijn van een fabriek in Eindhoven. Faassen bemerkt wel dat hij weinig verstand van sigaren heeft en breekt het gesprek af, drinkt zijn glas leeg en gaat met zoon Willem naar huis.

Onvindbaar

Uit de beschrijvingen van Faassen sr en jr en van kastelein Maas, maakt de gewiekste Duvigneau op dat het hier weleens om Toon van Grunsven zou kunnen gaan, alias ‘Poelie’. Als poelier wordt hij zo genoemd. ‘Poelie’ wordt gezocht vanwege frauduleus slachten maar is al langer onvindbaar.

Duvigneau zet zijn onderzoek naar ‘Poelie’ voort en hoort zaterdag 31 januari dat deze veel optrekt met Johan van Engeland en bij hem aan de Bosboomstraat 82 over de vloer komt. Hij bedenkt een plan. Als iemand zich nou eens bij die Van Engeland als koper van sigaren zou voordoen…

De hoofdagent laat er geen gras over groeien en benadert diezelfde middag nog Arnold van Lieshout, de meesterknecht die de inbraak ontdekte. Een aannemelijke keuze, want Van Lieshout heeft ook een sigarenwinkeltje op 300 meter van het huis van Van Engeland. Deze undercoveroperatie blijkt een gouden zet. Van Engeland en Van Grunsven happen direct en beloven diezelfde avond met een fraaie partij sigaren langs te komen in zijn winkel.

En zo geschiedde dat zij met een grote doos vol rookwaar direct in de armen van Duvigneau en zijn politiecollega’s vallen. Beiden gaan meteen mee naar de cel in het hoofdbureau. De 9049 in beslag genomen sigaren worden als bewijsstuk ingenomen. De ontbrekende 1051 sigaren zijn door de heren opgerookt, persoonlijk verpatst en verloren gegaan doordat ze, heimelijk weggemoffeld in broekzakken, verkruimelden.

Een dag later wordt, na bekentenissen van ‘Poelie’ en Van Engeland, in café De Rooster de derde man van de diefstal aangehouden: Henk van der Bijl. Deze ontkent eerst maar geeft later toe bij de inbraak het breekijzer gehanteerd te hebben. Alle drie zeggen tot hun daad gekomen te zijn omdat ze werkloos waren. Vijf dagen later gaan de drie verdachten naar het Huis van Bewaring in Den Bosch waar op 9 april voor de arrondissementsrechtbank de zitting is. Op 23 april horen ze gedrieën hun straffen aan: Van Grunsven en Van der Bijl krijgen één jaar cel en Van Engeland komt weg met 9 maanden gevangenisstraf.

Oorkonde van Eisenhower

En Willem Duvigneau, de architect van deze undercoveroperatie? Hij belandt later ook in de cel omdat hij Amerikaanse soldaten zou hebben geholpen. Maar weer is Duvigneau slim en weet te ontsnappen. Na de oorlog krijgt hij namens generaal Dwight Eisenhower een Amerikaanse oorkonde.

Bron BHIC: Toegangsnummer 810 Rechtbank in ‘s-Hertogenbosch, 1940 – 1949 N.B. Stukken van 1850 – 1958, Arrondissementsrechtbank, rolnummer 9285, doos 16 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.