Een bijzonder gevangenisregister

Fragment uit het gevangenisregister (foto BHIC)

We delen op dit weblog niet alleen nieuws rond het onderzoeksproject ‘Alledaagse criminaliteit in oorlogstijd’, maar laten je als belangstellende lezer ook kennismaken met andere berichten gerelateerd aan de oorlog en criminaliteit.

Zo ontving het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) in maart 2020 een wel heel bijzonder inschrijvingsregister van de Koepelgevangenis in Breda, met daarin de namen van ruim 600 Nederlandse en Duitse oorlogsmisdadigers. Ze waren verantwoordelijk voor het opsporen van Joodse onderduikers of waren betrokken bij verschillende razzia’s. Weer anderen voerden Joden weg naar Duitse concentratie- en vernietigingskampen, waren gevreesde folteraars of infiltreerden in het verzet.

“Je vindt in dit register niet alleen hun namen terug, maar er werd ook genoteerd waar zij vandaan kwamen, wat ze precies gedaan hadden, hoe oud zij waren en nog veel meer. Het is daardoor een prachtige bron voor allerlei soorten onderzoek. Daarmee vult dit register een belangrijke leemte op in het archief van de gevangenis van Breda”, aldus de archivaris van het BHIC.

Binnengekomen oorlogsmisdrijven
Vanaf april 1947 werden in de Koepelgevangenis in Breda veroordeelde Nederlandse en Duitse oorlogsmisdadigers opgesloten. Het waren mannen die na de oorlog onder de Bijzondere Rechtspleging tot een (forse) gevangenisstraf waren veroordeeld. Deze gevangenen werden bij binnenkomst ingeschreven in het register Binnengekomen Oorlogsmisdrijven. Het register loopt van 18 april 1947 tot en met 16 augustus 1957 en bevat honderden namen. De bekendste namen in het boek zijn Franz Fischer, Ferdinand aus der Fünten en Josef Kotalla, de drie langst zittende Duitse oorlogsmisdadigers in Nederlandse gevangenschap, bekend als De Drie van Breda.

Afgedwaald en teruggebracht
In 2000 lag dit register in een ondergelopen kelder in de Koepelgevangenis in Breda toen een oud-bewaarder het zag liggen en het redde. Hij nam het mee naar huis en gaf het later aan historicus/journalist Richard Hoving die de oud-bewaarder voor zijn onderzoek sprak over zijn ervaringen met Josef Kotalla. Hoving mocht het register houden. Na het verschijnen van zijn biografie van Kotalla vond Hoving het tijd om afscheid te nemen van het register en het terug te brengen naar het archief van de gevangenis dat bewaard wordt bij het BHIC. Het wordt in verband met mogelijk nog levende personen voor iedereen openbaar in 2028, maar onderzoekers kunnen onder bepaalde voorwaarden ook nu al toestemming krijgen om dit register eerder in te zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.