“Men rooft en plundert of het de gewoonste zaak van de wereld is.”

Materieel van de Nederlandse Spoorwegen, 1945
Fotograaf onbekend/Anefo, collectie Nationaal Archief, nr. 900-6824

Met de bevrijding van Noord-Brabant in het najaar van 1944 keert nog lang niet alles terug naar normaal. Er is nog steeds sprake van schaarste aan voedsel en brandstof en de criminaliteitscijfers blijven hoog. Dat blijkt ook uit de rubriek ‘Dagboek van de misdaad’ van het Eindhovensch Dagblad in de eerste maanden van 1945. Meestal worden hierin diverse in de omgeving voorgevallen diefstallen sec opgesomd, maar regelmatig verzucht de journalist dat de criminaliteit de spuigaten uitloopt.

Op 29 januari 1945 constateert het Eindhovensch Dagblad dat zelfs goederen en persoonlijke bezittingen van Engelse verpleegsters en de Binnenlandse Strijdkrachten niet meer veilig zijn.

Net als tijdens de bezetting geldt ook nu: gelegenheid maakt de dief. Een machinist bij de Nederlandse Spoorwegen ondervindt dit eind januari 1945 aan den lijve op het stationsemplacement in Eindhoven. Twee leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) bewaken het terrein en constateren dat een aantal zakken met 100 kilo suiker zijn verdwenen uit een wagon. Vlakbij die wagon staat een locomotief, waarin een machinist en een leerling-machinist aan het werk zijn. In die locomotief ontdekken de BS’ers één van de verdwenen zakken suiker.

Tijdens hun verhoren ontkennen de machinist en zijn leerling de suiker te hebben gestolen. De machinist zegt dat hij de zak met suiker helemaal niet in zijn locomotief heeft gezien en ontkent ook dat hij er met de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten over heeft gesproken. Die verklaringen werken tijdens de rechtszaak twee maanden later in zijn tegendeel. Zowel de leerling-machinist als de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten verklaren dan als getuige dat ze de machinist suiker in een boodschappentas hebben zien scheppen. De leerling vertelt dat vlak daarvoor twee hem onbekende spoorwegmannen naar hun locomotief kwamen en vroegen of ze een zak suiker, die ze nog gingen stelen, daar even mochten opslaan in ruil voor een deel van de buit. Hij geeft toe zo te hebben meegewerkt aan een misdrijf, maar ontkent schuld:

“Ik heb op de machine niets te vertellen. Ik heb den machinist verschillende malen aangeraden de suiker van de machine te gooien, omdat ik vreesde ernstige moeilijkheden met deze zaak te krijgen. (…) Ik kon echter niet anders, omdat ik bang voor den machinist ben.”

De machinist krijgt een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd wegens heling. De leerling-machinist wordt vrijgesproken. Hoewel dit niet in het vonnis is vermeld, is het goed mogelijk dat er van deze straf een afschrikwekkende werking moet uitgaan. Tijdens de politieverhoren verklaart een commies van de NS: “De diefstallen op de terreinen der NS door leden van de NS nemen steeds grootere vormen aan. Men rooft en plundert daar of het de gewoonste zaak van de wereld is.” De diefstallenplaag die over Eindhoven trekt brengt veel mensen in de verleiding.

Bronnen

  • BHIC 810 inv. nr. 55, rolnummers 1267 en 1268.
  • BHIC 810 inv. nr. 138, rolnummers 1267 en 1268.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.